Het weer en gedrag van Honingbijen

Erwin Lankheet

In 1993 ben ik begonnen met de aanleg van een fruitboomgaard wat is uitgegroeid tot 130 soorten fruitbomen waaronder appel, peer, pruim, kers, kweepeer, mispel, walnoot en tamme kastanje. Je gaat je verdiepen in fruitbomen en het fruit en zo kwam ik er al snel achter dat honingbijen zeer belangrijk zijn voor de bevruchting van de fruitbloesems en uiteindelijk de kwaliteit van het fruit. In 1996 werd een cursus Bijenhouden gevolgd waarna de eerste bijenvolken medio 1996 bij de boomgaard kwamen staan. Gaandeweg kom je erachter dat het gedrag van de honingbijen bepaald wordt door vele factoren.

In de natuur zijn vele biologische systemen afhankelijk van het weer. Bekijk maar eens hoe afhankelijk, wij mensen, zijn van het weer. Bij een bepaald weertype lopen wij al snel een verkoudheid op. Vriest het hard dan lopen wij kans op onderkoeling of bevriezingsverschijnselen. Werken wij zomers te lang in de felle zon dan lopen wij kans op hittestress of oververhitting. Ook insecten waaronder de honingbij zijn afhankelijk van het weer. Dit artikel gaat over de honingbij en dan met name de invloeden van het weer op het gedrag van de honingbij.

 

Afbeelding-01. Bij op Krokus Afbeelding-02. Bij op wilg Afbeelding-03. Bij op kers


Wat zijn honingbijen ?
Bijen zijn van die kleine rot vliegjes die kunnen bijten. Aldus volgens onze kinderen in hun jonge jaren.

 

Honingbijen zijn net als hommels en mieren sociale insecten die bij elkaar leven in een grote groep.  Een bijenvolk noem je eigenlijk een Imme. Je kunt een bijenvolk zien als een dier of een wezen. In het oude Egypte van 5000 jaar geleden was de bij een goddelijk dier dat een belangrijke plek in de eredienst en cultus innam. Honing werd als geneesmiddel of offergave gebruikt, en was zo kostbaar dat een vaatje honing evenveel waard was als een rund of ezel.

Een bijenvolk bestaat uit een koningin die haar hele leven niets anders doet dan eitjes leggen, de mannelijke bijen (darren) die alleen een rol spelen bij de bevruchting van de koninginnen en de werksters (vrouwelijke bijen) voor het schoonmaken van het nest, temperatuurregulatie, ventilatie, voederen van de larven, verdedigen van het nest en het halen van water en voedsel. Honingbijen bouwen raten van was, die uit zeshoekige cellen bestaan. Alleen al door de geavanceerde architectuur van het nest hebben honingbijen al sinds mensenheugenis diep respect afgedwongen.
Een sterk volk bestaat tijdens de zwermtijd, rond mei, uit: 1 koningin. 1 – 15 koninginnen in dop, 1000 darren, 30.000 – 60.000 werkbijen en 50.000 – 70.000 cellen met broed. In de winter bestaat een volk uit: 1 koningin en 15.000 werkbijen. Ik kan hier vele pagina’s mee vullen maar meer informatie kunt u vinden op de site: imkervereniginghaaksbergen  
 
Invloed van het weer op de honingbij
Maar wat heeft het weer nu te maken met de bij zult u denken. Het wel en wee van de bijen staat of valt met het weer. De levenswijze van de bij is zeer afhankelijk van de gedragingen van het weer. Om dit uit te leggen beginnen wij bij de start van het bijen- imkerjaar met: “Het inwinteren”.

Inwinteren
Het imkerjaar begint eigenlijk met het inwinteren (door de imker) van zijn bijenvolken rond begin augustus na de laatste honingoogst. Het inwinteren bestaat uit het voorbereiden van een bijenvolk op de komende winter. Daarvoor worden slechte ramen vervangen, eventueel sluitblokken geplaatst aan de zijkanten in de bijenkast en de afgenomen honing, de winter voorraad van de bijen, wordt vervangen door een suikeroplossing.

Bij het afnemen van de daglengte en temperatuur medio augustus zal het bijenvolk winterbijen voortbrengen. Deze winterbijen zijn zeer belangrijk voor een bijenvolk omdat zij ervoor zorgen dat na de winter het volk levensvatbaar is en blijft. Een van de factoren die een rol speelt bij de vorming van winterbijen is de temperatuur van het broednest. In verband met de vorming van de winterbijen laten de werksters de temperatuur in het broednest dalen, soms wel tot 27°C. Een verpopping bij een temperatuur van 35°C levert kortlevende zomerbijen op, een verpopping bij een lagere temperatuur geeft langlevende winterbijen. De bijen die in het voorjaar en in de zomer geboren worden, bereiken een leeftijd van zes weken doordat ze hard werken slijten ze snel en sterven dan eerder. Vanaf augustus worden de winterbijen geboren, die kunnen wel 6 maanden oud worden. Eind oktober is de populatie winterbijen, die de winter moet overleven nagenoeg opgebouwd.

Een kort stukje over de varroamijt.
Tijdens het inwinteren is het belangrijk om de bestrijding van de varroamijt te starten. De grote plaag van de bijenteelt op dit moment is deze varroamijt, een klein, achtpotig diertje. Tijdens de beginjaren 80 vorige eeuw overspoelde deze parasiet vanuit Duitsland ook België en Nederland. Sindsdien is geen enkel bijenvolk in de lage landen vrij van varroamijt. De imker ziet zich verplicht zijn bijenvolken te behandelen tegen de varroamijt, wil hij ze behouden.

Afbeelding-04. Varroamijt op larf

Overleving 'in het wild' is dankzij de varroamijt niet meer mogelijk.
Rond augustus, bij de geboorte van de eerste winterbijen, dat doorloopt tot half oktober, neemt het besmettingspercentage van de mijten in het broed sterk toe. Dit wordt mede veroorzaakt doordat het broednest kleiner wordt en ertoe leidt dat een steeds groter deel van het broed besmet wordt met de varroamijt. Dit valt precies samen met de vorming van de winterbijen. Vindt het bestrijden niet plaats dan overwintert de varroamijt op de bijen en vormt het in het voorjaar een bedreiging. Als namelijk de koningin in januari weer begint met leggen zullen de overgebleven mijten massaal in deze cellen duiken zodat van dit kleine broednest niets terechtkomt en het volk niet zal groeien.
Zelf gebruik ik Thymovar voor het bestrijden van de varroamijten. Tijdens deze bestrijding is de omgevingstemperatuur heel belangrijk. Pas je de bestrijding toe bij een buitentemperatuur hoger dan 30°C dan treedt er stress op in het bijenvolk met extra sterfte tot gevolg. Als de gemiddelde buitentemperatuur lager is dan 15°C dan neemt de werkzaamheid van dit middel af. De beste werking verkrijgt men bij een buitentemperatuur tussen 20 - 25°C.

Aan het eind van de herfst als de koningin geen eitjes meer legt, er voldoende wintervoer is opgeslagen, en de buitentemperatuur blijft overdag beneden de 10°C dan vormen de bijen een wintertros. Dit jaar, 2013, liep op 26 oktober de buiten temperatuur zelfs op tot 19.6°C waardoor de bijen zelfs nog met stuifmeel terug kwamen. In de volken was er nog lang geen sprake van wintertros vorming en zaten de bijen nog los van de wintertros. Op 30 oktober bij een temperatuur van 12.9°C vlogen de bijen ook nog en kwamen zelfs terug met stuifmeel.
Bij uitzonderlijke lange zomers met veel warme dagen tot ver in de herfst kunnen problemen optreden. De kans is dan groot dat jonge bijen door de lange warme herfst haalbijen worden in plaats van winterbijen. Deze haalbijen gaan dan halfversleten de winter in en een vroege dood tegemoet. Begin april zullen deze volken dan zo groot zijn als een vuist.

Een slechte ontwikkeling van het bijenvolk in de maanden augustus, september en oktober kan er toe leiden dat het volk in november al over te weinig winterbijen beschikt om als eenheid te kunnen overwinteren. Een mogelijke voorbode voor de wintersterfte of verdwijnziekte.

Winterzit
Bijen houden geen winterslaap. In de winter zitten de bijen dicht opeen en vormen een bol. De zogenaamde wintertros. De bolvorm heeft het kleinste oppervlak in verhouding tot zijn inhoud. Het warmteverlies wordt daardoor tot een minimum beperkt. De wintertros heeft van de winterkoude niet te lijden. De grootte van de tros hangt af van de temperatuur buiten de woning. Bij strenge koude zitten de bijen dicht bij elkaar, een kleine tros met weinig warmteverlies, bij minder koud weer zitten de bijen losser, en is de tros groter van omvang.
Zo houden ze elkaar lekker warm. De temperatuur in het binnenste van de tros blijft 14-25°C. Bij strenge vorst kan het zelfs aan de buitenkant vriezen. De werksterbijen zijn voortdurend in beweging en bewegen zich van binnen naar buiten. Ze nemen voedsel op van de aangelegde voorraad en geven dit aan elkaar door. Na een tijdje worden de buitenste bijen afgelost door opgewarmde, bijen die van binnenuit naar buiten gaan. Heel langzaam, bijna onzichtbaar bewegen de bijen zich door de tros. Dat het volk warm blijft, komt doordat in de buitenste laag de bijen zo goed tegen elkaar aanzitten dat de warmte nauwelijks ontsnapt. En doordat het volk, verspreid door de wintertros, zogenaamde verwarmingsbijen heeft. Dit zijn werkbijen die zichzelf warm stoken. Door de werking van de vleugelspieren in het borststuk kan de temperatuur van dit lichaamsdeel stijgen tot 41°C (de kop en het achterlijf blijven koud). Deze warmte verspreidt zich door de tros. Een volk kan zo een buitentemperatuur tot -35°C overleven, mits er voldoende wintervoorraad is.
Het is wel zo dat naarmate het kouder wordt, ze meer geluid produceren, omdat meer verwarmingsbijen dan actief worden.

De winter gaat verder en het bijenvolk eet heel langzaam van haar wintervoorraad. Al die tijd zitten de bijen op een tros. Alleen een werkbij die weet dat ze gaat sterven, zal de tros verlaten en proberen naar buiten te gaan.

Afbeelding-05. De wintertros

Als het vriest zal ze al gauw verkleumen en in de kast sterven. Tijdens de winterzit vermindert de voorraad steeds; in de koudste periode ongeveer 1 kg per maand.

De imker zorg zoveel mogelijk voor een ongestoorde winterrust op een droge plaats. Zowel verstoring van de winterrust als ook een vochtige omgeving kunnen leiden tot darmaandoeningen bij de bijen.

Na het inwinteren en tijdens de winterzit hoeft de imker niets te doen met zijn bijenvolken. Zo af en toe kijken hoe de kasten erbij staan, vooral na hevig sneeuwval even de vliegplank sneeuwvrij maken. De kasten worden niet open gemaakt in verband met de lage temperaturen. Daarom houd de imker de activiteiten op de vliegplank en de bodemlade goed in de gaten.
Door het gebruik van een doorzichtige plexiglasplaat in plaats van de traditionele houten dekplank, onder een goed geïsoleerd dak, is goed te zien hoe de bijen zich tijdens de winterperiode houden. Zie Afbeelding-05 genomen op 4 januari 2011.
Wordt het in het voorjaar warmer dan kun je door het plexiglas ook mooi zien hoe de bijen van de wintertros los komen zonder de kast te openen. De aanwezigheid van nog verzegeld wintervoer is door het plexiglas ook goed te zien en te controleren. Een andere manier om de wintervoorraad aan voedsel te controleren is het optillen van de achterkant van de kasten. Juist door het gewicht van meerdere kasten te vergelijken zijn de mogelijke probleemgevallen er eenvoudig uit te halen.

Tijdens de winterperiode kan het nodig zijn de varroamijt voor de tweedekeer te bestrijden. De winterbestrijding van varroamijt vindt dan plaats met oxaalzuur en moet geschieden voordat het eerste broed in het volk komt. Daar dit ook afhankelijk is van de weersomstandigheden is hiervoor geen vaste datum te noemen. Uiterlijk half januari lijkt een goede richtlijn.
Oxaalzuur is ongelofelijk effectief. Pas je het op de juiste manier toe dan is er absoluut geen gevaar.
Je kunt het oxaalzuur druppelen, nevelen of verdampen. De druppelmethode is daarbij het eenvoudigst en het minst gevaarlijk voor bij en imker. Dit voor bijen moeilijk te verwerken zuur dient gelijkmatig en opgewarmd (35° C) over de bijentros verdeeld worden, door het zowel op de met bijen gevulde straatjes in de bovenste als ook in de onderste broedkamer te druppelen.
Ook bij deze behandeling ben je weer sterk afhankelijk van de buitentemperatuur. De bijen moeten zo dicht mogelijk in tros zitten dus een buitentemperatuur lager dan 8°C is wenselijk. We gebruiken dit middel in broedloze perioden omdat het niet doordringt in de gesloten broedcellen. Tijdens de behandeling mag de buitentemperatuur niet lager zijn dan 0°C. Bijvoorkeur behandelen bij een buitentemperatuur van ongeveer 5°C - 8°C. De behandeling is uitermate effectief en doodt 90 – 93% van de varroamijten. Een goede aanzet van het eerste broednest in het aankomend voorjaar blijft gegarandeerd.

Afbeelding-06. Reinigingsvlucht

Als er een dag komt waarbij de temperatuur boven de 9°C stijgt, komen de bijen naar buiten, vliegen uit en ontlasten zich. Boven de 15°C vliegen ze massaal uit en vindt de zogenaamde reinigingsvlucht plaats. Deze vlucht duurt meestal niet langer dan een uur. Al die tijd dat de bijen stil zaten in de kast en voedsel opnamen, kwamen de onverteerbare bestanddelen in de endeldarm. Wordt tijdens deze periode de witte was in de zon te drogen gehangen dan zul je vaak lichtbruine vlekken (uitwerpselen) op het wasgoed vinden die van deze bijen komen. Vaak verwijderen ze ook de gestorven bijen vanaf de bodemplank. Daarna komen ze weer tot rust. Het is zelfs zo dat als het een paar dagen later weer lekker weer is, de Imme rustig in de kast blijft. Soms zie je enkele bijtjes even vliegen, maar de massa blijft binnen. Er liggen altijd wel enige dode bijen voor de kast. Dit is niet verontrustend. De dode bijen vormen voedsel voor vogels.

Bij sterke zonnestraling op sneeuw worden bijen door de ontstane schittering naar buiten gelokt. Deze bijen verkleumen vaak in de sneeuw. Door het vlieggat tijdelijk te sluiten of de kasten af te dekken met een plank kan dit voorkomen worden.
Het weer en de daglengte hebben in het voorjaar zeer veel invloed op het gedrag van de bijen. Bijen vliegen pas bij een temperatuur van meer dan 9 graden. Vooral in het voorjaar wil dit nog wel eens problemen geven bij dagen met zonnige perioden en dat kan vervelend uitpakken. Er valt vroeg in het voorjaar nog weinig te halen zoals stuifmeel en nectar. Daarbij kunnen dan zeer veel bijen sterven doordat ze niet meer terug kunnen keren naar de kast door verkleuming. In zo’n situatie zal het aantal bijen snel verminderen en de voedsel voorraad snel afnemen.

 

Hoe verliep het voorjaar voor de afgelopen jaren 2013, 2012 en 2011 ?
   
2013             
 
3 januari 11.3°C. Bijen vliegen
4 januari 9.0°C. Reinigingsvlucht zie Afbeelding-06
11 januari Vorst periode tot 27 januari
4 februari 9.0°C. Bijen vliegen. Reinigingsvlucht
5,6 maart
17°C. Bijen vliegen. Reinigingsvlucht
8 april Na 8 april is het gebeurd met de vorstperiode en
stijgt de temperatuur door naar 20°C op 14 april
   
2012  
1 januari
13.1°C. Bijen vliegen. Reinigingsvlucht
2 januari
3.3°C. Door de sterke zon en schittering vliegen er vele bijen. De meeste bijen die uitvliegen. De meeste bijen die uitvliegen
zullen verkleumen en sterven. Doordat er soms wolken voor de zon verschijnen gaan de bijen schuilen en raken zo onderkoelt.
 29 januari De vorstperiode valt in en duurt tot 13 februari (-15°C). Voor de bijen is dit een perfecte situatie. Bijenvolk zit als een
bol bij elkaar. Sterfte is minimaal en voeropname ook. Alleen helaas door de warme januari maand is er al broed in de kast en
dat broed moet continue verzorgt worden. Dat kan problemen opleveren daar de bijen altijd het broed van voedsel voorzien en niet meer het voer doorgeven in de wintertros. Door de zachte winter begint de wintervoorraad in de bijenkasten al aardig te slinken. Ze moeten nog een dikke maand volhouden tot de eerste wilgendracht.
22 februari 10°C. Bijen vliegen. Reinigingsvlucht
26 februari
12°C. Bloei van de krokus. Bijen vliegen zie Afbeelding-01. Deze middag was warm, zonnig en de bijen vlogen voor het eerst
weer massaal. Zelf de eersten keerden terug met stuifmeel van de bloeiende krokussen.
15 Maart 16.8°C. Bloei van de wilg. Bijen vliegen zie Afbeelding-02. Maart verliep warm tot 20°C. Zeer belangrijk is een goede
(wilgen)dracht rond de bijenstal. Er is nu broed in de kasten aanwezig en dat heeft behoefte aan vers stuifmeel.
16 april 10.9°C Bloei van de kers. Bijen vliegen zie Afbeelding-03. Helaas is de temperatuur over de periode 3 april tot 17 april,
overdag niet boven de 13°C gekomen. Daardoor werden de bloemen van de kersen maar mondjesmaat bestoven door de bijen en dan nog alleen tijdens de zonnige perioden. Een appel/peer heeft vijf zaadholten die elk twee pitten kunnen bevatten. Dus bij goede bestuiving heeft een appel/peer tien pitten. Normaal zullen dit er 4 of 5 zijn. Bij slechte bestuiving 2 pitten of minder. Hoe meer pitten, hoe mooier de vrucht, hoe lekkerder de vrucht, hoe langer houdbaar. Appel en peer hebben 10 vruchtbeginselen. Worden zij alle 10 goed bestoven dan heeft de vrucht 10 pitten. De kers en pruim hebben maar
1 vruchtbeginsel. Wordt deze bestoven dan is er maar 1 steen dus een vrucht.
   Afbeelding-07. Vorstschade aan bloesems
17 april Afgelopen nacht heeft het goed gevroren. Het werd een vorstdag met een minimum temperatuur van –2.3°C. Op klomphoogte daalde de temperatuur zelfs tot –3.4°C. De in bloei staande kersen hebben forse schade opgelopen. Zie Afbeelding-07.
 22 april Onder de bijen speelt zich nu een klein drama af en dat heeft alles te maken met de huidige weersomstandigheden. Door het
koude weer hebben de bijen het nu heel moeilijk. Sommige volken worden nu niet groter maar nemen zelfs in aantal bijen af.
Dit heeft te maken met het koude weer. Veel bomen staan nu in bloei en als de zon maar even schijnt vliegen ze massaal uit. Maar als de zon even weg is, daalt de temperatuur en doet de koude wind de rest. De bijen worden overvallen door de kou en verkleumen tijdens het bloembezoek. Daardoor bereiken deze bijen de kast niet meer en sterven ze door de koude. Helaas moet ik ook constateren dat de kasten niet zwaarder worden maar zelfs lichter. Bij mede imkers was het niet veel beter. Er sneuvelden ook daar zeer veel bijen door de huidige weersomstandigheden. Begin januari nog 20.000 bijen. Op 22 april nog enkele honderden. Het goede vliegweer moet nu niet meer te lang wegblijven. Gelukkig werd de laatste week van april warmer met uitschieters naar 23 graden op Koninginnedag.
    Afbeelding-08. Bijen vliegen in de sneeuw
 2011  
2 januari 4°C. Bijen vliegen bij sneeuw en zon. Zie Afbeelding-08
8 januari 12.0°C Bijen vliegen deze maand en dat kan vervelend uitpakken. Er valt op dit tijdstip nog niets te halen geen stuifmeel en nectar. Daarbij kunnen dan zeer veel bijen sterven doordat ze niet meer terug kunnen keren naar de kast
door verkleuming. In deze situatie zal het aantal bijen snel verminderen en de voedsel voorraad afnemen. Dit kan problemen opgeven als nu een  vorstperiode invalt.
27 januari
De vorstperiode van enkele dagen

 
Vanaf 1990 is de gemiddelde temperatuur (in Haakbergen) toegenomen met 1°C (van 9.4°C naar 10.4°C). Of dit komt door de klimaat verandering ? Ik weet het niet. Het valt mij wel op dat dit samen valt met de warme start van het nieuwe jaar de afgelopen drie jaren.

Pas als het Driekoningen (6 januari) is geweest, gaat de koningin, bij stijgende buitentemperaturen  beginnen met het leggen van eitjes waardoor er weer een broednest in het bijenvolk ontstaat. Midden in de wintertros belegt ze een paar cellen. Niet zo veel, maar ze hebben grote gevolgen voor het volk. Op de plaats waar de eitjes gelegd zijn, moet de temperatuur stijgen naar 35°C, de broednest temperatuur. Zodra er weer broedcellen gesloten worden, maken de aanwezige varroamijten hiervan gebruik om zich hierin te nestelen met alle gevolgen van dien. Daarom is het ook zo belangrijk dat er zo min mogelijk mijten in het volk aanwezig zijn in de winterperiode.

Als na drie dagen de larfjes uit de eitjes kruipen, moeten ze gevoerd worden door de werkbijen. Dit alles kost veel energie en we zien dan ook dat vanaf deze tijd de wintervoorraad steeds sneller krimpt.
Het verwarmen van het nest doen ze door te trillen met hun vliegspieren waarbij ze zich tegen het broed aandrukken om de warmte uit de vliegspieren over te dragen aan het broed. De temperatuur kan ook te ver opl